Blog #2     Onze wereld, ondersteboven en stil

Op 14 december om 15 uur werd er voor altijd een stuk van ons hart gebroken. Abel had een ernstige hersenafwijking. 

De tranen rollen over onze wangen, rechtstreeks in ons mondmasker. Plots verlaten we UZ Leuven met een geplande datum. Op 23 december zullen we Abel ontmoeten, en moet ik bevallen van ons levenloos kind. 


We rijden naar huis, het is stil. We hebben geen woorden nodig om elkaars pijn te voelen.
Het doet zo’n pijn.

En nu? Het duurt nog een week, je zal nog een week verder groeien in mijn buik. Want je groei is normaal, je ziet er zo normaal uit. Er waren geen uitwendige afwijkingen te zien. Ik voel me kwaad en verdrietig. Plots moeten we stilstaan bij het plannen van jouw afscheid. 


Een ding staat vast, je blijft bij ons. Niemand neemt je mee na de bevalling, je blijft bij ons zolang je kan. Intussen regelen we een begrafenisondernemer. Zij vertelt over de mogelijkheid om je kindje thuis op te baren. Voor ons voelde dit zo goed. Opluchting. Abel blijft bij ons, tot de laatste seconde. 


Stilaan keken we uit naar 23 december, intens verdriet werd een intens verlangen. We keken er zo naar uit jou te ontmoeten. We zouden kerst vieren met jou erbij. Wat klonk dit goed. 

Dinsdag 22 december 2020 

Het komt nu echt dichtbij. De laatste rit naar Hasselt, met ons vijven in de auto. We zetten Pepijn en Suza af bij m'n zussen. Wij keren terug naar Kortrijk, om thuis onze laatste nacht met Abel door te brengen. In de auto spelen we onze muziek. Muziek die we nu nog steeds voor jou opzetten, lieve Abel. 


Droom een boor in de zon
Geef hem zeilen en wind
Kus een droevige mond heel zacht
Voor de dag begint


Die avond ben ik moe, doodmoe. De emotie en spanning nemen de bovenhand. Ik besluit gewoon naar bed te gaan.


Ik omarm mijn buik en probeer je te knuffelen.
Het spijt me, het spijt me zo.

Woensdag 23 december 2020 

De wekker gaat. We kijken elkaar aan, woorden zijn niet nodig. Vandaag zou een k*tdag worden. Ik wandel de trap af, en strijk nog snel een mand. Whatever.


Bij elke handeling staan mijn gedachten stil bij jou Abel, 
ik geniet van alle laatste momenten met jou. 


Niet veel later zitten we in de auto met een koffiebeker in de hand, we gaan je ontmoeten lieve Abel. Wind en motregen, een top Belgische weertje, het kan me niet schelen. We parkeren de auto en stappen veel te snel naar binnen, op verloskunde kruist ons de begeleidende vroedvrouw. 


Wat is ze lief, 
wat had ik haar graag ontmoet in andere omstandigheden. 


Er volgt een uitgebreide kennismaking. Daarna vertelt ze dat de dokter elk moment de kamer kan binnenkomen. Ik wil de deur niet meer zien, ik wil de dokter niet zien. 


Ik wil niet. 
We willen niet.